61 | Wandering

GIJS VAN VAERENBERGH

14/15.05.2022 - 25.06.2022

The third solo exhibition brings together a collection of new work by Gijs Van Vaerenbergh and invites visitors to enter into their artistic world. Besides in-situ installations, models, sculptures and photos, the exhibition presents a series of bas reliefs, a new medium in which the artists explore the tension between surface and space. Centered around the
theme WANDERING these works speak of fluid space, movement, enclosure, niches, mazes, barriers and corridors. The title suggests a free and open journey, a displacement, a movement or a walk, without a precise intention, direction or purpose, appealing to the visitor's imagination.

Johnny Umans and Ligia Poplawska

 

Wandering

Sinds de laatste tentoonstelling van Gijs Van Vaerenbergh in 2018 zijn er in de kunst- en architectuurpraktijk van Pieterjan Gijs en Arnout Van Vaerenbergh (°1983, Leuven – wonen en werken allebei in Leuven, België) heel wat nieuwe projecten gerealiseerd. In deze tentoonstelling is er dan ook ruimte voor die meest recente werken en verschijnen ze hier in de vorm van maquettes en modellen, in bas-reliëfs en in foto’s. Daarnaast zijn er in Galerie Valerie Traan twee in situ-installaties aan toegevoegd, die de binnenruimtes en het geheel van de tentoonstelling passend transformeren.

Met de titel Wandering nodigt deze tentoonstelling de toeschouwers uit tot het bewegen doorheen hun huidige artistiek praktijk. Meer nog, het suggereert zelfs een zekere zin tot verdwalen, tot verdwijnen en verbinden. Het legt de focus op het performatieve karakter van de ruimtelijke interventies die ze ontwerpen en maken. Zodra ze gerealiseerd zijn in de openbare ruimte lijk je in elk paviljoen te kunnen binnen stappen en geeft het je de kans om op ontdekking te gaan. De werken worden getypeerd door hun sculpturale ruimtelijkheid en zijn nooit in één beeld te vatten. De wandeling in de binnenruimte roept een veelheid aan impressies en beelden op. Hierdoor is de beweging door een project een persoonlijk, uniek proces voor elke bezoeker. De labyrintische kwaliteit die ermee gepaard gaat, brengt je dichter bij de projecten zelf en hoe ze met elkaar verweven zijn doorheen het constante zoek-, ontwerp- en maakproces van Gijs Van Vaerenbergh.


Modellen


De maquette Inverse Ruïne geeft een inkijk in een project waar Gijs Van Vaerenbergh momenteel aan bezig is in Policoro in het zuiden van Italië. Het wordt een permanente installatie voor een archeologische site, waar ooit een Griekse tempel ter ere van de god Dionysus stond. Van de tempel is er niet meer te zien dan een aantal stenen verspreid over de grond. De interventie brengt in beeld wat er ooit was door een eigen interpretatie te maken van het idee van een ruïne. Het natuurlijke afbraakproces dat een ruïne kenmerkt loopt van boven naar beneden: eerst verdwijnt de dakstructuur tot er uiteindelijk enkele stukken van muren en de funderingen overblijven. De interventie keert dit proces om door het dak en de bovenste muurdelen en kolommen te tonen. De grillige vormen van de brokstukken worden in de lucht gehouden door een stalen raster structuur die bezoekers toelaat om onder de artificiële ruïne te wandelen. Ruïne en structuur vormen een compositie van tegenpolen die samen de monumentaliteit van de historische plek visualiseren.


Daarnaast wordt ook gewerkt aan een uitkijktoren voor de haven van de Moerdijk in Nederland. De tentoonstelling presenteert een werkmodel dat ontwikkeld werd tijdens het ontwerpproces: Proposal for a Watchtower. De installatie moet zichtbaarheid geven aan de haven, dat als een landmark langs de snelweg toont dat daar bedrijvigheid heerst. Geabstraheerde containervormen worden op een bijna onmogelijke manier gestapeld. Ze hangen aan - en staan op elkaar, en zijn zo een sublimatie van de gestapelde containers in de haven en op vrachtschepen. De open stapeling doet denken aan een bijna speels bouwwerk, waarbij de grenzen van een constructie worden opgezocht door blokjes te verplaatsen en te verwijderen. De weggenomen blokken creëren een negatieve ruimte met verschillende zichten. Trappartijen in de containers maken een verticale wandeling die niet in een rechte lijn naar boven gaat, maar meandert en verschillende mogelijkheden biedt aan de bezoekers met zichten op de haven, de omliggende groene omgeving en natuurlijk de constructie zelf. De ruimtelijkheid die ontstaat heeft een Piranesi-achtige kwaliteit, met verrassende perspectieven en ontelbare doorzichten.

Het derde model toont het concept voor het paviljoen Grotto. In 2019 maakte Gijs Van Vaerenbergh een eerste versie van dit idee in de tuin van het Paleis der Academiën in Brussel. Een volume van 2,5x2,5x5m werd toen in baksteen gemetst om vervolgens met breekhamers af te breken totdat er drie kolommen overbleven. De ruwe steenachtige textuur van de afgebroken baksteen contrasteert met de vlakke buitenkant. Architectuur en sculptuur worden hier tegen elkaar uitgespeeld. Beeldhouwen van de grotto-vorm is tegelijk afbraak van het originele volume. De maquette in de tentoonstelling toont een verderzetting van dit idee om volgens dit principe een betreedbaar paviljoen te maken van 15 bij 15m. Net zoals de eerste versie van dit idee, blijft de vlakke buitencontour van het balkvolume zichtbaar en werkt dit als een canvas voor een compositie van verschillende kolommen met een ruwe grot-achtige textuur. De installatie kan in zekere zin beschouwd worden als een synthese tussen architectuur en beeldende kunst die typerend is voor de werkwijze van Gijs Van Vaerenbergh: de gemetste baksteen staat voor architectuur en het traditionele bouwen, het handmatig wegkappen van het materiaal om zo een beeld te creëren is dan weer een bij uitstek sculpturale geste.

De ruimtelijkheid van dit project is verwant met Colonnade, dat sinds Triënnale Brugge 2021 in Baron Ruzettepark staat. Honderd stalen kolommen van verschillende diameters staan schuin opgesteld tussen een vloer- en een dakplaat. Dit roept een beeld op van een labyrint van kolommen waar de bezoekers in kunnen ronddwalen. De idyllische setting van het park contrasteert met het onheilspellende beeld van een bijna ondoordringbaar bos van pilaren. De tentoonstelling presenteert zowel een kleine maquette (schaal 1/50) als een grote detail foto.

Colonnade resoneert met paviljoen Six Vaults voor een Duitse militaire begraafplaats dat in 2016 in Hooglede werd gerealiseerd. Dit bestaand werk is ook in de tentoonstelling aanwezig met een maquette en een foto. Het paviljoen vertrekt van een vierkant blok en snijdt verschillende gangen uit, schijnbaar kris-kras door elkaar. De gangen splitsen op en lopen samen, creëren zichtassen op de omgeving en doen een complexe gewelfstructuur ontstaan. De kolommen die over blijven, hebben diverse groottes. Dit laat toe om de vraag voor een publiek sanitair subtiel te beantwoorden: één kolom is net groot genoeg om een toilet te huisvesten.

Het laatste model presenteert de nieuwe installatie Wandering Garden die Gijs Van Vaerenbergh momenteel aan het uitwerken is voor het Arenberg park in Leuven, naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Universiteit. De eeuwenoude typologie van het doolhof, het idee van de formele tuin, de wetenschappelijk-botanische collectie en de traditie van de parkobjecten of folies vloeien hier samen tot een hedendaagse aanvulling op het eeuwenoude park. Een compositie van gekromde stalen rasters creëert een open en transparante structuur. Doorheen de jaren zal deze overwoekerd worden door een verzameling van verschillende soorten klimplanten. Het model in de tentoonstelling toont de begintoestand, waarbij de structuur nog niet begroeid is en als een abstracte ruimtelijke tekening werkt. Het principe van dit project werd vertaald naar de context van de galerie met de interventie Curtain Wall.


In situ


Centraal in de galerie verschijnt Curtain Wall op ware grootte in vilten geplooide curves waar je tussen kan lopen. Het is een dwaalruimte waarin je vrij kan bewegen en onderweg de relevante thema’s van Gijs Van Vaerenbergh in het echt kan ervaren: het labyrintische karakter, de negatieve ruimte, tactiliteit van materiaal en de rol van de bezoeker. De afzondering werpt jezelf terug op je zintuigen, waarbij je ook sensorieel wordt afgezonderd. Het licht verzwakt en het geluid wordt gedempt. Voor even zwerf je doorheen de betekenis van hun artistieke praktijk zelf, langs de verschillende projecten die ofwel al gerealiseerd werden of zich nog in de ontwerpfase bevinden. Doorheen die zachte grijze muren kan je de linken leggen die de projecten intuïtief en logisch met elkaar verbinden. De relaties verschijnen organisch en leggen de verbanden waarbij het ene concept voortvloeit uit een ander idee.

Met Fence zorgt een traditionele tuinafscheiding voor een bewust dissonante noot in de tentoonstelling. In de voorste ruimte is een traditionele tuindraad draad opgespannen tussen vloer, plafond en twee muren als een abstracte lijntekening, een soort arcering. Het transparante vlak brengt een confrontatie met zich mee en bepaalt je gezichtsveld, waardoor het hertekent wat erachter ligt, maar ook een barrière vormt met de achterliggende ruimte en de passanten op straat. Deze installatie belicht een ander aspect van het thema Wandering wanneer de begrenzing van de ruimte niet wordt gehanteerd om de bezoeker te begeleiden en te verwonderen, maar functioneert als een barrière en zo thema’s oproept zoals uitsluiting en afscheiding.


Bas-reliëfs


Een nieuw experiment in de ontwikkeling van het oeuvre van Gijs Van Vaerenbergh zijn de bas-reliëfs die hier voor het eerst worden getoond. Het zijn sculpturale werken aan de wand die balanceren tussen vlak en volume. Aan de ingang worden geometrische vormen samengeperst tussen verschillende lagen en lege ruimtes heen. Het creëert een complexe sculpturaliteit door het samenvoegen van elementaire vormen. Het tweede bas-reliëf kan gelezen worden als een uitsnede uit een oneindig diagram, een reeks gelijkvormige kolommen van dezelfde diameter die naast en achter elkaar staan opgesteld. Het is een fragment van een rechtlijnig woud van kolommen dat met zijn 15 centimeter dikte nochtans ook een verte en diepte suggereert waar je in kan verdwalen en verdwijnen. En het derde bas-reliëf bestaat uit een reeks opgespannen koperdraden die een dynamisch effect teweegbrengt. Er ontstaat een bepaalde trilling die als het ware een regenbui verbeeldt.


Foto’s


Van drie bestaande installaties zijn ook foto’s gepresenteerd: Colonnade, Six Vaults en Labyrinth tonen evenwel niet de volledige architecturale projecten uit Brugge, Hooglede of Genk, maar specifieke uitvergrote details van de binnenruimte waaruit ze bestaan. Door de schaal, de positie en de zware kaders zijn het vensters naar de werken, waar je als het ware doorheen kan stappen. De foto’s zijn opgesteld op verschillende plaatsen in de tentoonstelling en geven nog een andere inkijk op de paviljoenen en leggen nieuwe verbanden in de verbeelding van Gijs Van Vaerenbergh.


Wandering


Van zodra je de tentoonstelling betreedt, wandel je in het denken en voelen, maken, ontwerpen en verbeelden van Gijs Van Vaerenbergh. Over drie verdiepingen heen, zijn diverse inkijken op hun recente oeuvre zichtbaar in gevarieerde vormen: maquettes, foto’s en bas-reliëfs van bestaande of bedachte installaties en in situ projecten. Op elk moment van je bezoek, ervaar je wat hen met elkaar verbindt en hoe het ene een schakel vormt voor het andere. Die notie van het dwalen is een rode draad en biedt ruimte aan die persoonlijke tocht die je tegelijk ook op jezelf terugwerpt. Een uitnodiging.

Els Wuyts, 2022

> catalogus en prijzen op aanvraag

Wandering

Since Gijs Van Vaerenbergh's last exhibition in 2018, the art and architecture practice of Pieterjan Gijs and Arnout Van Vaerenbergh (b. 1983, Leuven – both live and work in Leuven, Belgium) has seen the realization of many new projects. This exhibition will therefore highlight their most recent works and present them in the form of models, bas-reliefs and photographs. In addition, in Valerie Traan Gallery, they added two in situ installations that appropriately transform the interior spaces and the exhibition as a whole.

The exhibition, presented under the title Wandering, fittingly invites visitors to make their way through the artists’ current artistic practice. In fact, it even suggests a certain sense of getting lost, of disappearing and connecting. It focuses on the performative nature of the spatial interventions they design and create. Once they are realized in the public space, it feels as if any pavilion can be entered into, offering visitors an opportunity for discovery. The works are characterized by their sculptural spatiality and can never be captured from a single point of view. The journey in the interior space evokes a multitude of impressions and images. This makes moving through the projects a personal, unique experience for each visitor. The labyrinthine quality that accompanies this experience brings the viewer closer to the projects as such, as well as to the way in which they pervade Gijs Van Vaerenbergh's ongoing research, design and creation process.


Models


The model Inverse Ruin presents a glimpse of a project Gijs Van Vaerenbergh are currently working on in Policoro in the south of Italy. It will become a permanent installation for an archaeological site, the place where a Greek temple in honour of the god Dionysus once stood. There is not much left of the temple other than a few stones scattered across the ground. The intervention brings to life what was once there through the artists’ own interpretation of the idea of a ruin. The natural process of deterioration of a ruin progresses from top to bottom: first, the roof structure disappears until only parts of the walls and foundations remain. The artists’ intervention reverses this process by showing the roof, the upper wall sections and top parts of the columns. The jagged shapes of the debris are held aloft by a steel grid structure that allows visitors to walk under the artificial ruin. Ruin and structure form a composition of opposites that together depict the monumentality of the historical site.


Work is also underway on a watchtower for the Moerdijk port in the Netherlands. The exhibition presents a working model developed during the design process: Stacked Tower. The installation is to give more public visibility to the harbour, acting as a landmark along the motorway to signal the presence of activity on the site. Abstracted container shapes are stacked in an almost impossible manner. They hang from – and stand on top of – each other, and represent in this way a simulacrum of stacked containers in the port and on cargo ships. The open stacking is also reminiscent of an almost playful construction, in which the boundaries of the construction are explored by moving and removing blocks. The removed blocks create negative spaces offering different views. Sections of stairs in the containers create a vertical path that does not lead upwards in a straight line, but rather winds its way around, offering visitors a variety of possibilities with views of the harbour, the surrounding greenery and, of course, the structure itself. The resulting spatiality has a Piranesi-like quality, with surprising perspectives and countless vistas.

The third model presents the concept for the Grotto pavilion. In 2019, Gijs Van Vaerenbergh created a first version of this idea in the garden of the Palace of the Academies in Brussels. It consisted of a volume of 2.5 x 2.5 x 5m, built in brick and subsequently torn down with sledgehammers until only three columns remained. The rough stone-like texture of the broken brick contrasts with the smooth exterior. Architecture and sculpture are played off against each other. The sculpting of the grotto form simultaneously implies the destruction of the original volume. The model in the exhibition shows a continuation of this idea in the creation of an accessible pavilion measuring 15 by 15m. As with the first version of this idea, the flat outer contour of the brick volume remains visible and acts as a canvas for a composition of different columns with a rough cave-like texture. In a certain sense, the installation can be seen as a synthesis between architecture and visual art, typical of Gijs Van Vaerenbergh’s working method: the brick masonry stands for architecture and traditional building; the manual removal of the material to create the sculpture is an eminently sculptural gesture.

The spatial quality of this project is related to that of Colonnade, which has been located in the Baron Ruzette Park since the Bruges Triennial in 2021. One hundred steel columns of various diameters are arranged obliquely, held between a floor plate and a roof plate. This evokes an image of a labyrinth of columns in which visitors can wander. The idyllic setting of the park contrasts with the ominous image of an almost impenetrable forest of pillars. The exhibition presents both a small-scale model (1/50 scale) and a large detail photograph.

Colonnade resonates with the Six Vaults pavilion for a German military cemetery realized in Hooglede (BE) in 2016. This existing work is also presented in the exhibition in the form of a model and a photograph. The pavilion is based on a square block with several seemingly random intersecting corridors cut out of it. The corridors branch off and converge, creating lines of sight to the surroundings and forming a complex vaulted structure. The columns that remain are of varying sizes. This provides a subtle answer to the question of public sanitary facilities: one of the columns is just big enough to accommodate a toilet.

The last model presents the new installation Wandering Garden which Gijs Van Vaerenbergh is currently developing for the Arenberg Park in Leuven, on the occasion of the 600th anniversary of the University. Here, the age-old typology of the maze, the idea of the formal garden, the scientific-botanical collection and the tradition of the park objects or follies are brought together to form a contemporary addition to the centuries-old park. A composition of curved steel grids creates an open and transparent structure. Over the years, it will become overgrown with a variety of climbing plants. The model in the exhibition shows the initial state, where the structure is not yet overgrown, functioning as it were as an abstract spatial drawing. The basic principle of this project was translated into the context of the gallery in the form of the Curtain Wall intervention.


In situ


In the centre of the gallery, Curtain Wall is displayed full-size and consists of folded felt curves visitors can walk between. It is a wandering space in which one can move freely and experience Gijs Van Vaerenbergh's relevant themes in real life: the labyrinthine character, the negative space, the tactility of materials and the role of the visitor. The fact of being secluded throws one back onto one’s senses, inducing a sensorial seclusion as well. The light is dimmed and sounds are muffled. For a short while, visitors wander through the very essence of the duo’s artistic practice, past the various projects that have either already been realized or are still in the planning stage. Through those soft grey walls, one may trace the links that intuitively and logically connect these projects. The relationships emerge organically and establish connections, whereby one concept can be seen to evolve out of another.

Fence, a traditional garden fence, provides a deliberately dissonant note in the exhibition. In the front room, a traditional garden wire is stretched between the floor, the ceiling and two walls, as if it were an abstract line drawing, a shading of sorts. The transparent surface brings about a confrontation and delineates one’s field of vision, redrawing what lies behind it, but also forming a barrier to the space behind it and the passers-by on the street. This installation highlights another aspect of the Wandering theme, when the boundary of the space is not used to guide and fascinate the visitor, but rather functions as a barrier, evoking themes like exclusion and separation.


Bas-reliefs


A new experiment in the development of Gijs Van Vaerenbergh's oeuvre are the bas-reliefs that are shown here for the first time. They are sculptural works on the wall, poised between being either plane or volume. In Bas Relief I (Chaos), geometric shapes are squeezed between different layers and empty spaces, creating a complex sculpturality through the combination of elementary forms. Bas Relief II (Colonnade) can be read as a cut-out from an infinite diagram, a series of uniform columns of the same diameter arranged alongside and behind each other. It is a fragment of a rectilinear forest of columns that, despite being only 15 centimetres in depth, nevertheless suggest a distance and depth in which one can get lost and disappear. The third bas-relief consists of a series of stretched copper wires that create a dynamic effect. A certain vibration is produced, creating the impression of a rain shower.


Photographs


Presented here also are photographs of three existing installations: Colonnade, Six Vaults and Labyrinth. However, they do not depict the complete architectural projects in Bruges, Hooglede or Genk, but show specific enlarged details of the interior space they comprise. Their scale, position and heavy frames make them windows onto the works that visitors can, as it were, step through. The photographs are arranged in various places in the exhibition and provide another view of the pavilions and establish new links in Gijs Van Vaerenbergh's artistry.


Wandering


As soon as visitors enter the exhibition, they literally walk into the thinking and feeling, the creations, designs and imagination of Gijs Van Vaerenbergh. Across three floors, various glimpses of their recent work are presented in a variety of forms: models, photographs and bas-reliefs of existing or conceived installations and in situ projects. At every moment of their visit, viewers will experience what the connections between them are and how the one forms a link to the other. This notion of wandering is a common thread and provides space for a personal journey that, simultaneously, also throws one back onto oneself – an invitation.

Els Wuyts, 2022