top of page

65 | Adriaan Verwée 5.4m²

28.01–25.02.2023


OPENING DRINK
Saturday 28.01.2023 | 4–9 pm
Sunday 29.01.2023 | 2–6 pm 

Lees meer | Read more

APROPOS OF THE WET WOODSHED

Aantekeningen bij het recente werk van Adriaan Verwée


Therefore I study the diary,

White summer-scratches in the slate,

The tongue formed out of flint and air,

The dark streak and the streak of light,

And want to put my finger there,

Into the flint path of that song

As into a wound, to find what tie

Makes water flint, makes horseshoe ring.


Osip Mandelstam, The Slate Ode (Moscow, 1922)



Het medium dat het werk van Adriaan Verwée zowel inwendig als uitwendig draagt, is dat van de fotografie. Het wordt op niet-lineaire wijze ingezet om een zelfstandig artistiek procedé te genereren en bepaalt in het huidig stadium van zijn oeuvre veelal de finale uitkomst. Het opzet is allesbehalve documentair of anekdotisch. Evenals wordt er zelden getracht aan de hand van het fotografische beeld een representatieve weergave te maken van een specifiek object of activiteit in het atelier. Zo kan een sculptuur onderwerp worden van een doelgerichte fotografische registratie, maar zelden zal die foto worden geselecteerd die de sculptuur op zich moet evoceren. De fotografische relatie tussen subject en object wordt onderworpen aan een onthecht(end)e blik. Het fotografische beeld defamiliariseert de oorspronkelijke geladenheid van een object of context.


Het achromatisch maken van het beeld is een eerste middel dat wordt aangewend om een inhoudelijk ‘neutralisatieproces’ te initiëren. Het ontdoen van tint en saturatie gaat meestal gepaard met het invoegen van overbelichting en contrast. Dit maakt dat de beelden haast een blekingsproces hebben ondergaan, maar dit op een manier die een ruimtelijke dieptewerking altijd in de hand werkt. Het beeld is vlak noch vaal. Het ontdoen van kleur en het digitale proces van uit- en oplichting geeft het fotografische beeld reliëf en maakt ook plaats voor  een niet onbelangrijk iets: het accentueren van textuur los van vorm of volume.


Want wat eigen is aan de artistieke praktijk van Adriaan Verwée is dat het digitale of gedigitaliseerde fotobestand als matière première wordt gebruikt om tot een (a priori immaterieel) beeld te komen dat een vorm van sculpturale sublimatie heeft bereikt. Het minutieuze en langdurige bewerkings- en rijpingsproces bevordert een conceptuele zone die ongedefinieerd of intermediair is. De beelden schipperen in deze zone tussen het twee- en driedimensionale in. Ze lijken contextloos en zijn ontdaan van elke vorm van idiosyncrasie (zonder generisch of homogeen aan te voelen). Ze hebben een tijdloos karakter en bezitten op momenten dezelfde abstracte geruisloosheid van een fotogram.


De focus op materiaaloppervlakken en de desoriënterende en/of dynamiserende kadrering ­— het tweede middel dat veelvuldig wordt toegepast om zich van het representatieve beeld te onttrekken — vestigen de aandacht op het tactiele en het materiële detail, maar het is pas op het moment dat de foto is afgedrukt (meestal op Japans Awagamipapier) en wordt voorzien van een fijn, handgemaakt aluminiumkader dat het beeld het statuut krijgt van een artistiek object. De blanke aluminiumprofielen, en voornamelijk de zijdelings aangebrachte kruisschroeven die het plexiglas vastklemmen waarachter de print zich bevindt, geven de indruk dat het beeld eerder zit bekleed in een transparante bekisting dan dat het zit vervat in een kader. Het is de subtiele compatibiliteit tussen print en frame die ervoor zorgt dat het beeld zich niet zomaar als een ingekaderde foto maar als een getransponeerd beeld aandient.


Voor de eerste tentoonstelling van Adriaan Verwée bij Valerie Traan Gallery wordt zowel sculpturaal als op foto gebaseerd werk gepresenteerd. De eerste verdieping van de galerie brengt places i-xxiv samen — een reeks van in totaal 24 relatief kleine werken. In quasi elk werk van deze reeks is te zien hoe het afgedrukte beeld op schaal is ingevoegd in een rudimentaire maquette. De fotografisch vastgelegde ingreep speelt met de confrontatie van 2D- en 3D-elementen om zo een nieuw soort ruimtelijkheid op te roepen. De  aanwezigheid van gerepresenteerde structurele deelelementen (al of niet reeds in een ruimte) en/of interieurelementen (zoals een rustieke stoel) activeren een witgekalkte scène. De idee van een ruimte in een ruimte (of kader in een kader) wordt uitgebalanceerd door een abstract ogend beeld samen te brengen met een verschaald uitvergrote snapshot. Binnen- of buitenruimte, vegetatie of close-up van een verfomfaaid stuk stof, fragment van een radiator of Mediterraans aandoende zonnewering: plots worden deze beeldonderdelen binnengebracht als contrasterende wandelementen in een gemodelleerde ruimte alsof ze dummy’s zijn voor een toekomstig tentoonstellingsproject. Maar het bewerkstelligde effect is dat er niet simpelweg een ‘ingevulde’ ruimte wordt voorgesteld. De focus in deze reeks ligt in het stimuleren van een nieuwe imaginaire ruimte door de strakke, visueel associatieve dialoog te maken tussen ruimtelijke scène en ingevoegde beeld. Het is in deze context dat Verwées beelden als translokaliseerbaarworden ingeschakeld.


In de 4-delige reeks Shutterstock is deze aanpak complexer gemaakt door de binnengebrachte beelden onderdeel te laten worden van een digitale fotomontage. Op een onderlegger die een wand of hoek voorstelt en een geherfotografeerd beeld is afkomstig van het internet, zijn elementen gevoegd die de initiële kwaliteit van de basisruimte zowel accentueert als tegenwerkt. In een accumulatieve conjunctie van bijgevoegde openingen en insluitingen levert dit telkens een labyrintisch totaalbeeld op dat vanuit verschillende richtingen lijkt uit elkaar te schuiven. Dit centrifugale krachtenspel bereikt een evenwicht nadat het totaalbeeld werd versneden in 9 gelijke (apart ingekaderde) delen. Het resultaat is een grid dat enerzijds het beeld structureel afrondt en anderzijds zich als één (van in totaal vier) raamwerk(en) introduceert in de grote centrale middenruimte van de galerie waar de werken worden getoond. De schaal van het raamwerk en de aanwezigheid van een ‘kijkende’ menselijke figuur in twee werken maakt het verleidelijk om de galeriebezoeker hier een afspiegelende deelnemer te laten worden van een caleidoscopisch waarnemingsspel.


Het iteratieve proces van découpage en montage is een techniek die veelvuldig door Adriaan Verwée wordt toegepast om zijn ge(her)fotografeerde beelden te bewerken. De al of niet digitale collages en fotomontages die hieruit voortvloeien, getuigen van een uitgesproken tactiliteit en muzikaliteit (met een specifieke voorliefde voor de syncope). De notie van improvisatie en serialiteit primeert boven de stringente esthetiek van het minimalisme die Verwée allesbehalve vreemd is. In de reeks werken die hij de laatste twee jaar heeft samengesteld, kondigen veel beelden zich aan alsof het akkoorden zijn. De gelaagdheid van de beeldcomponenten creëert een compositie van vlakken en openingen die architecturale connotaties oproept, maar het gaat hem altijd eerst om de vrijelijke juxtapositie van vormelijke elementen die in het achromatische tweedimensionale veld van de finale print een specifieke tonaliteit gaan vastleggen. Dit aspect vindt haar uitwendige pendant in de accrochage. De dispositie van het gelaagde beeld maakt van de (tentoonstellings-)ruimte een klankbord. Dit karakter valt nog meer op wanneer er verschillende werken uit dezelfde reeks worden tentoongesteld. Een onder- en boventoon wordt ervaarbaar. Het frontale vlak van het initiële beeld wordt ruimtelijk uitgepakt en nodigt de bezoeker uit om een scala van mentale (deel)ruimtes te capteren, elk met hun eigen ritme en harmonie.


Met Peacock/Passe-Partouts heeft Adriaan Verwée de ‘frontaliteit’ van het gelaagde beeld tot zo’n uiterste gedreven dat het als resultante van meervoudige manipulaties nu letterlijk wordt herleid tot een kader. Door uit gefotografeerde collages in meeste gevallen een centraal venster te hebben gesneden en hen vervolgens op een zwarte Peacock-snijmat te hebben bevestigd, steekt Verwée hier subtiel de draak met het motief van ‘het kader in het kader’ dat een hele reeks van andere recente werken heeft kunnen structureren. De prozaïsche doch bewust vlakke dimensie van de titel benadrukt deze onderliggende tongue-in-cheek-attitude.


Peacock/Passe-Partouts wordt in de voorste ruimte van de galerie in een boeiend verband gebracht met een werk dat is ontstaan in een voormalige atelierruimte van Verwée in 2017. Het betreft een rechthoekig afgietsel (van 2 op 3 m) uit jute en gips van een vloerfragment. Frequent transport en het opvouwen van het ruwe canvas hebben ervoor gezorgd dat de gipszijde is beginnen craqueleren. Voor deze galerietentoonstelling heeft Adriaan Verwée ervoor geopteerd om bovenop de gebroken kant van het tapijt een 1:1-schaalmodel te leggen van een dakstructuur. Het vloerwerk, het geraamte van het platte dak en diens uitsparing voor een dakraam resoneren als perimeters met de uitgesneden vensters in Peacock/Passe-Partouts. Het nagenoeg gecentraliseerd zichtbaar maken van een geclusterde en ‘op zichzelf gerichte’ afbakening in beide werken accentueert zowel horizontaal als verticaal een autonome zone. Deze ontmoeting lijkt niet toevallig. Annonceren de uitgesneden kaders telkens een absent zelfportret? Is het modelleren van een ruimte zonder muren en diens formele presentatie Verwées vanishing act en lichaamsloze bekendmaking incluis? Of nemen we liever een versnelling terug, en is de gelijkgestemde ontmoeting tussen beeld en sculptuur/installatie meer een figuurlijke zonebepaling tussen ‘het hier’ en ‘een elders’?


Wat vaststaat, is dat Adriaan Verwée van de galerieruimte aan de straatzijde een kamer heeft gemaakt die als prelude (en epiloog) werkt voor de twee grote werken die in de aanpalende middenruimte zijn tentoongesteld. Twee monumentale kozijnbokken uit onbehandeld grenen dragen telkens twee muurstructuren. Het zijn de vier rudimentair gereconstrueerde muren (eveneens op schaal 1:1) van het atelier waarin hij tussen 2019 en 2022 heeft gewerkt. Het werk draagt dezelfde titel als de vloerinstallatie in de voorste ruimte: 5,4 m² — de totale oppervlakte van Verwées vorige atelier en eveneens de overkoepelende titel van deze tentoonstelling. Daar waar in vorig sculpturaal werk de focus lag op het formeel poëtisch uitbalanceren van structuur en erosie, neemt Verwée hier de eigen werkruimte als onderwerp voor een complex architecturaal ontmantelingsproces om zo in een nieuwe context een set van sculpturale uitdagingen ruimtelijk uit te lokken. De onderdelen die het resultaat zijn van een geformaliseerde deconstructie van het atelier (en diens gefragmenteerde trans- en dispositie) hebben hier een tijdelijke (her-)bestemming gevonden. Het hebben verschaald van de kozijnbokken beklemtoont op theatrale wijze hun transportabel en ‘nomadisch’ karakter. Optisch lijken de muurelementen ook kleiner dan ze werkelijk zijn. Ook hier slaat de titel van het werk (en de tentoonstelling) plots ontvouwend en mooi ironisch aan.


In het werk van Adriaan Verwée staan het heimliche en het sächliche in een contrapposto-verhouding tot elkaar. Het familiaire en het singuliere worden gedecanteerd in een formeel kader en zowel materieel als ruimtelijk uitgespeeld. Architectuur wordt ingezet als klankbord van een aanhoudend intermediair (de- en re-)constructieproces. De abstraherende transpositie en ontleding van elementen afkomstig uit een ‘interne keuken’ worden als helende fragmenten van een groter lichaam op kamertemperatuur binnengebracht in de tentoonstellingscontext. Waar de scheidingslijn tussen atelier en woning bij Verwée poreus is, is de verhouding tussen werk en tentoonstellingsplek poëtiserend gemeenzaam van invloed. Het kader dat Valerie Traan Gallery biedt ­— een context waar het publiek toegankelijke verweven is met het private, ­en het statuut van het ‘object’ ook voortdurend artistiek en/of curatorieel wordt bevraagd —, is voor de ‘vloeibaar’ conceptuele uitlichting van het werk van Adriaan Verwée alleszins meer dan bevorderlijk. In 5,4 m² wordt als tentoonstelling geen veruitwendigd discours aan de ruimtes van de galerie opgelegd. Evenmin bakent een pretentieus uitgangspunt een domein af waarbinnen het geheel van werken moet worden ‘begrepen’. Van de bezoeker wordt niets gevraagd. Het werk is er.

Yves Coussement, 22 januari 2023

> catalogus en prijzen op aanvraag

bottom of page