In tijden van nietsontziende gruwel,
het mensbeeld in de kunst van Philip Aguirre y Otegui

Bedenk wiens kroost gij zijt,
gij werd niet geschapen om als beesten te leven,
maar om deugd en kennis na te streven.

(uit Dante Alighieri’s Divina Commedia / De Hel / Zang XXVI, ca. 1311)

De ene kunstenaar laat in zijn kunst zien dat hij betrokken is bij wat er in de wereld om hem heen gebeurt en schept een beeld dat ‘werkt’ als een striemende aanklacht of dwingende boodschap; de andere kunstenaar schept een beeld waarmee hij iets ‘zegt’ over de kunstwereld waarbinnen hij dat werk maakt. Beide kunstenaars hebben gelijke spreekrechten. Alleen kunnen ze maar beter niet in uitersten vervallen.

I

Als beeldhouwer, als kunstenaar en als mens weet Philip Aguirre dat het eenieders eerste plicht is om zijn doeleinden met daartoe geschikte middelen na te streven. Wie Aguirre’s oeuvre aandachtig overschouwt, van de eerste werken uit het midden van de jaren 1980 tot vandaag, ziet zichzelf tegelijk geconfronteerd met een zeer gediversifieerd, zeer genuanceerd oeuvre én met een alom aanwezige, bindende, humanistische onderstroom.
Het is vooral in zijn menselijke betrokkenheid bij maatschappij en wereld dat zijn kunst de perfecte balans aanhoudt tussen de twee uitersten van de esthetische functie die betrekking heeft op waarheid en goedheid, namelijk hetero- en autotelie. Een kunstwerk dat zich erg didactisch aandient, dat een doelstelling zoekt te bereiken die buiten de kunst ligt (het is heterotelisch), is een kunstwerk dat uit is op lering. Een dergelijk kunstwerk faalt echter ofwel omdat het te arm is (te weinig kunstwerk is), ofwel omdat het te rijk is (en als leermiddel niet concreet genoeg is). Een kunstwerk dat dan weer te zeer op zichzelf is gericht, dat autotelisch is, zoals de zogenaamde ‘l’art pour l’art’, verliest zichzelf bij gebrek aan betekenisvolle inhoud en door een teveel aan betekenisloze, willekeurige vormen en structuren. Philip Aguirre maakt geen didactische kunst. En hij maakt ook geen ‘kunst om de kunst’. Hij staat immers niet toe dat de symbolen en metaforen die hij in zijn kunst ten tonele voert, gaan ‘freewheelen’ of er umsonst zijn; hij ziet erop toe dat ze op de een of andere manier betekenisvol blijven ten aanzien van de realiteit buiten het kunstwerk, zonder pamfletachtig te worden. Aguirre streeft ernaar een punt van evenwicht te bereiken tussen betogen en tonen. Zijn kunst is geen gratuit spel met vormen en zijn kunst is geen politieke propaganda. Zijn kunst betoogt niet, zijn kunst toont – zonder zo veel woorden te gebruiken – een weg naar waarheid en goedheid, naar deugd en kennis, voor de mens én voor diens biotoop. Als het werk van Philip Aguirre zich op het nulpunt bevindt tussen de al te belerende kunst en kunst die te ver weg staat van het leven, is het precies omdat hij er op toeziet dat zijn kunst een verbondenheid met het leven heeft of behoudt, zoals sculptuur gedurende zo vele jaren heeft gedaan, in onze cultuur, in andere culturen en in culturen die ons zijn voorgegaan. Philip Aguirre’s artistieke houding is oorspronkelijk primitief, in de zuiverste betekenis van het woord. De kunstenaar staat op zijn volstrekt unieke manier voor een zo natuurlijk mogelijke, juist begrepen primitieve artistieke houding en voor een kunstenaarschap dat te allen tijde een zo direct mogelijke menselijke betrokkenheid bij het leven behoudt. De kunstenaar niet als wereldvreemde bohémien maar als vanzelfsprekend geëngageerd burger die zijn specifieke talent, zijn ambacht inzet voor de gemeenschap. De kunstenaar doet aan poëtisch dienstbetoon, tussen kunst en wereld. Hij dient de kunst door haar – onder meer met zijn kunstintegratieprojecten – een plaats te geven in het dagelijkse leven en hij dient het leven door aspecten ervan in zijn kunst op te nemen.

II –  Fallen Dictator

In oorlogstijd wordt de waarheid als eerste omgebracht, gedood door de leugen. Wie liegt, zet anderen tot liegen aan waardoor iedereen tot het ondenkbare in staat is en voor de andere de hel wordt. Wie liegt en gelooft dat hij op de ander rechten kan uitoefenen, is losgeslagen en drijft in de modus van het absolute. De tsunami van leugen en vernietigende krachten is zonder de minste genade. Oorlog is de niets ontziende rigide logica van een leugen die meer leugens vraagt. Vrede is een alles in acht nemende, open geest die het zoeken naar zo veel mogelijk waarheid nooit opgeeft. Geweld en leugen zijn de twee kanten van het kwalijke, onbuigzame mes dat oorlog heet en dat haat zaait waar het snijdt. Overleg en waarheid zijn de twee kanten van de goede en kneedbare deugd die vrede baart en in leven houdt. De simpele rechtlijnigheid van leugen en oorlog staat tegenover de complexe genuanceerdheid van waarheid en vrede. Oorlog laat zich niet uitdrukken in breuken als een tweede, een vijfde of een twaalfde. Alleen het gehele getal telt. Oorlog en leugen zijn binair, vrede en waarheid zijn dat niet. Het monument voor de dictator ‘werkt’ alleen als het statig rechtop staat. Aguirre’s Fallen dictator toont ons het kritische beeld van een breuk. Teller en noemer zijn ongelijk. De breuklijn loopt door de enkels van de figuur. De statige opstand van het monument voor de dictator is geknakt. Beeldhouwers weten waar een staand mensbeeld zwak is. 

III –  Refugio

Philip Aguirre’s Refugio is in al zijn geledingen het tegenbeeld van oorlog. Op geen enkel punt laat de hier verbeelde situatie van een mens die beschutting zoekt in een afgedankt olievat  iets zien van de altijd door oorlog nagestreefde Nieuwe Orde. Oorlog staat haaks op redelijk denken, oorlog kent geen soepele opvattingen. Alleen de mens die bescherming zoekt, vertoont veerkrachtige verbeelding.

IV –  Home for Lionel

Een van de regelmatig voorkomende compositorische principes in het sculpturale oeuvre van Philip Aguirre is dat van de parataxis of nevenschikking. Het principe houdt in dat de beeldhouwer verschillende elementen naast of boven elkaar plaatst om tot een geheel te komen, dat dan bestaat uit de koppeling of assemblage van die elementen. Het onderliggende idee van een parataxis is dat in een discours, ook in een discours dat in een loutere beeldende taal wordt gevoerd, er eigenlijk geen volledige onafhankelijkheid meer bestaat tussen de samengebrachte elementen. Alles heeft met alles te maken en het geheel betekent meer dan de som van de betekenissen van de delen. Het gebruik van dit ordenend principe draagt bij tot het installeren en handhaven van een onderlinge gelijkwaardigheid van alle elementen. Het bewust met elkaar verbinden van elementen die compositorisch nevengeschikt zijn, werkt als metafoor voor het zich tot elkaar verhouden van de elementen, voor hun onderlinge communicatie en samen-leving. Het volstaat niet de elementen in een suiteverband, in een rij, in een opsomming te poneren, de kunstenaar geeft metaforisch aan dat ze zich ook tot elkaar verhouden en werkt er hard aan om ze in de meest evenwichtige en dus ideale constellatie samen te brengen. Ik lees in die werkwijze en doelstelling een humanistische metafoor.
Elke specifieke vorm en elk object heeft zijn eigen geschiedenis en bestaansreden. Tot een veel gebruikte voetbal toe. Welnu, zo getekend vormen en objecten net zoals mensen door hun geschiedenissen kunnen zijn, zo afgewogen en vernuftig zijn de composities waarin Aguirre de door hem gekozen materialen en vormen samenbrengt. Aguirre werkt en schaaft langdurig aan zijn composities, hij laat ze – alle verhoudingen in acht genomen – een proces ondergaan dat te vergelijken is met het ontstaansproces van een olievat, of met de voorgeschiedenis van een stuk hout. In een voorzichtige, aftastende, minutieuze afweging van vorm en tegenvorm, van positieve en negatieve vorm, van ding an sich tot ding met symboolwaarde, van kleur en textuur en van volume en leegte – ik roep de toeschouwer bij deze op om ook even naar de leegtes en de afstanden tussen de vormen te kijken – laat hij een compositie groeien tot ze naar zijn aanvoelen een volkomen plastisch evenwicht heeft bereikt, een en al sereniteit. Een sereniteit die merkwaardig genoeg stilistisch overeenkomt met de menswaardigheid  die hij in zijn humanistische werken tentoonspreidt.

V –  Je vous offre une maison

Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort.
(Uit Primo Levi, Is dit een mens, 1947; Meulenhoff, 2017)

Het belang van het humane en de humanistische onderstroom in Aguirre’s kunst wordt bewerkstelligd door een aantal terugkerende motieven, kenmerken en structuren. In de eerste plaats door de menselijke figuratie. De menselijke figuur van man of vrouw is eminent in het oeuvre aanwezig. De mens wordt vormgegeven zonder anekdotiek, zonder persoonlijke identiteit, zonder onderscheid van ras of stand, ten gunste van een grotere universele aanspreekbaarheid. De fundamentele gelijkwaardigheid van alle mensen wordt zodoende benadrukt. De menselijke waardigheid en vrijheid en de individuele persoonlijkheid en verantwoordelijkheid worden als waarden hoog in het vaandel gevoerd, niet op een drammerige, maar op een poëtische manier.  Je vous offre une maison bijvoorbeeld vertolkt beeldend naast het genereuze gebaar een niet te miskennen commentaar op verschillen in menselijke condities. De individualiteit van de aanbieder doet niet ter zake. Wel het verschil tussen iemand die een huis of beschuttend onderkomen heeft en aanbiedt en iemand die er geen (meer) heeft. We weten allemaal tot welke groep we (vandaag nog) behoren.

Jo Coucke, 20 april 2022

In times of ruthless horror, 

the human image in the art of Philip Aguirre y Otegui 

Consider whose offspring you are,

ye were not created to live like beasts, 

but to pursue virtue and knowledge.

(from Dante Alighieri's Divina Commedia / The Hell / Hymn XXVI, c. 1311)

The one artist shows in his art that he is involved with what is happening in the world around him and creates an image that 'works' as a stinging indictment or compelling message; the other artist creates an image with which he 'says' something about the art world in which he creates that work. Both artists have equal rights to speak. But they would do well not to lapse into extremes.

 

I

 

As a sculptor, an artist and a human being, Philip Aguirre knows that one’s first duty is to pursue their goals with appropriate means. When looking closely at Aguirre's oeuvre, from the first works from the mid-1980s to the present, one sees oneself simultaneously confronted with a very diversified, very nuanced oeuvre and with an omnipresent, binding, humanistic undercurrent. 

It is especially in his human involvement with society and the world that his art maintains the perfect balance between the two extremes of the aesthetic function that relates to truth and goodness, namely hetero- and autotelia. A work of art that presents itself as highly didactic, that seeks to achieve a goal that lies outside art (it is heterotelian), is a work of art that seeks to teach. Such a work of art fails, however, either because it is too poor (too little work of art), or because it is too rich (and not concrete enough as a teaching tool). A work of art that is too self-centred, that is autotelic, such as the so-called 'l'art pour l'art', loses itself for lack of meaningful content and for excess of meaningless, arbitrary forms and structures. Philip Aguirre does not make didactic art. Nor does he make 'art for art's sake'. For he does not allow the symbols and metaphors he presents in his art to 'freewheel' or be umsonst there; he sees to it that they somehow remain meaningful in relation to the reality outside the work of art, without becoming pamphlet-like. Aguirre strives to achieve a point of balance between argument and display. His art is not a gratuitous game with forms and his art is not political propaganda. His art does not argue, his art shows - without using so many words - a way to truth and goodness, to virtue and knowledge, for man and his biotope. If Philip Aguirre's work is situated at the zero point between overly pedantic art and art that is too far removed from life, it is precisely because he sees to it that his art has or keeps a connection with life, as sculpture has done for so many years, in our culture, in other cultures and in cultures that have gone before us. Philip Aguirre's artistic attitude is originally primitive, in the purest sense of the word. The artist, in his own unique way, stands for a correctly understood primitive artistic attitude that is as natural as possible, and for an artistry that retains the most direct human involvement with life at all times. The artist is not an unworldly bohemian, but a naturally engaged citizen who uses his specific talent, his craft, for the benefit of the community. The artist performs a poetic service, between art and the world. He serves art by giving it a place in everyday life - through his art integration projects, for example - and he serves life by incorporating aspects of it into his art.

 

II - Fallen Dictator

 

In wartime, the truth is killed first, killed by the lie. He who lies encourages others to lie, making each one capable of the unthinkable and making hell for the other. He who lies and believes that he can exercise rights over the other is unhinged and drifts into the mode of the absolute. The tsunami of lies and destructive forces is without the slightest mercy. War is the relentless rigidity of a lie that demands more lies. Peace is an all-embracing, open mind that never gives up searching for as much truth as possible. Violence and lies are the two sides of the pernicious, inflexible knife that is war and that sows hatred where it cuts. Deliberation and truth are the two sides of the good and malleable virtue that makes and keeps peace alive. The simple straightforwardness of lies and war is contrasted with the complex nuances of truth and peace. War cannot be expressed in fractions such as a second, a fifth or a twelfth. Only the whole number counts. War and lies are binary, peace and truth are not. The monument to the dictator 'works' only if it stands upright. Aguirre's Fallen dictator shows us the critical image of a fracture. Numerator and denominator are unequal. The fracture line runs through the figure's ankles. The stately uprising of the monument to the dictator has cracked. Sculptors know where a standing human figure is weak. 

 

III - Refugio

 

Philip Aguirre's Refugio is in all its aspects the antithesis of war. At no point does the situation depicted here of a man seeking shelter in a disused oil drum show anything of the New Order always pursued by war. War is diametrically opposed to reasonable thinking, war has no flexible views. Only the man who seeks protection shows resilient imagination.

 

IV - Home for Lionel

 

One of the compositional principles that appears regularly in Philip Aguirre's sculptural oeuvre is that of parataxis or juxtaposition. The principle implies that the sculptor places different elements next to or above each other in order to create a whole, which then consists of the coupling or assembly of those elements. The underlying idea of a parataxis is that in a discourse, even one conducted in a purely visual language, there is actually no longer any complete independence between the elements that have been brought together. Everything is related to everything and the whole means more than the sum of the meanings of the parts. The use of this ordering principle helps to install and maintain a mutual equivalence between all elements. The deliberate linking together of elements that are compositionally subordinate acts as a metaphor for the relationship of the elements to each other, for their mutual communication and co-existence. It is not enough to put the elements in a suite, in a row, in an enumeration; the artist metaphorically indicates that they also relate to each other and works hard to bring them together in the most balanced and thus ideal constellation. I read a humanistic metaphor in this working method and objective.

Each specific form and each object has its own history and reason for existence. Up to a much-used football. Well, just as people can be marked by their histories, so are forms and objects marked by their histories, so are the balanced and ingenious compositions in which Aguirre brings together his chosen materials and forms. Aguirre works and polishes his compositions for a long time, letting them undergo a process - taking all proportions into account - comparable to the creation of an oil drum or the history of a piece of wood. In a careful, probing, meticulous consideration of form and counterform, of positive and negative form, of the thing as it is to the thing with symbolic value, of colour and texture and of volume and emptiness - I hereby urge the spectator to also take a look at the voids and the distances between the forms - he allows a composition to grow until it seems to him that it has reached a perfect plastic balance, all serenity. A serenity that curiously enough corresponds stylistically with the humanity he displays in his humanist works.

 

V - Je vous offre une maison

 

I cannot understand, cannot bear, that one judges a human being not by what he is, but by the group to which he happens to belong.

(From Primo Levi, Is this a human being, 1947; Meulenhoff, 2017)

 

The importance of the humane and the humanistic undercurrent in Aguirre's art is achieved through a number of recurring motifs, characteristics and structures. Firstly, by the human figuration. The human figure of man or woman is eminently present in the oeuvre. The human being is given shape without anecdote, without personal identity, without distinction of race or class, in favour of greater universal accessibility. The fundamental equality of all people is thus emphasised. Human dignity and freedom and individual personality and responsibility are held up as values, not in a pushy, but in a poetic way. Je vous offre une maison for example, expresses in a visual manner, in addition to the generous gesture, a commentary on differences in human conditions that cannot be ignored. The individuality of the offerer is irrelevant. What does matter is the difference between someone who has and offers a house or shelter and someone who does not (or no longer) have one. We all know to which group we belong (today).

 

Jo Coucke, 20 April 2022