valerie_troost gallery Oostende O.16 | Babs Decruyenaere & Liesbet Grupping
WAAR VINGERS DE LUCHT RAKEN
a duo exhibition by Babs Decruyenaere & Liesbet Grupping
01.05.2026 - 14.06.2026
Friday 01.05.2026 | 2 - 6 pm opening drinks in the presence of the artists

exhibition pictures by Davide Pastore
BABS DE CRUYENAERE & LIESBET GRUPPING
WHERE FINGERS TOUCH THE SKY
Two artists turn their gaze in different directions and still find each other somewhere in between.
Babs Decruyenaere gathers materials for her work from the ground. Often these are stones, branches, or remnants of man-made objects, washed up by the sea or along the Scheldt. Shecollects objects with care. Listening to what they whisper, she assembles them, hangs them, or rests them down. The branches and stones share a similar origin—left behind by the sea or the river—grounding the work in the same tangibility. Shaped by the artist’s hands, the sculpture hovers in a balance, stirring in the viewer an almost uncontrollable desire to touch. Where the branches carry a certain lightness, especially the mobiles, the stones—or building debris—seem more steadfast. But appearances can be deceiving: while the stones mighttopple over, the branches move pliantly with the wind.
For the first time, Decruyenaere introduces her own additions in brass; reflective in the light, yet deliberately not without scratches — scars. It evokes the Japanese art of Kintsugi, the technique of filling cracks in ceramics with gold. In a similar way, she gives new purpose to broken or fallen branches, weaving structures charged with emotion from fragile marramgrass roots. They speak of the search for a place in the world (Rootlessness is one of the titles) and a longing for shelter. The idea of repair brings weight into balance with the light, the caring, the gentle. Scars may remain visible; they reveal solace and strength within vulnerability.”
In some works, she uses blue paint for the first time to fill in empty spaces. The circular marking in the space between two branches, for instance, is more than a mere indication: where there was once nothing, now there is something. A liminal space in which emptiness has been given a form. That emptiness is full of possibility, and thus the fundamental condition for form itself. Just as in the juxtaposed stones and the lightly floating mobiles, a playful sense of adventure is palpable here as well.
_
Liesbet Grupping looks upward: working from photography, she uses light as her primary source. In her search for the boundaries of the medium, she often brings the sky or the sun itself into view. In the series Blanca, she shifts the relationship between her body and the camera. On the one hand, she uses her body as a tripod; on the other, the lens becomes an extension of the body, gazing straight into the sun — something the naked eye could never do. With an exposure time of 8 minutes and 19 seconds, exactly as long as sunlight takes to reach the Earth, an image of pure light emerges, picturesque in its magnified form.
In new experiments with cyanotype, Grupping leaves the camera behind entirely and enters into a direct collaboration with (sun)light. On her lifesized work surface, the light reveals the silhouettes of her objects. It borders on ‘drawing with light’ — the literal meaning of photography. The wooden shelves, or Sun Planks, are exposed using the same method and take on both an artistic and a functional role in the exhibition. They also serve as supports for other works, dissolving the boundary between artwork and scenography. The visible shifting of materials during the exposure on the worktable, and the interchangeability of the compositions on the shelves, evoke the working process of the studio; they make the artist’s gestures present: looking, arranging and rearranging, stepping back and moving close again.
Grupping investigates the building blocks and conditions of photography, illuminating the gestures and actions inherent to the medium from new perspectives. The artistic process itself becomes the destination: she plays with the presence and absence of images. The image of light itself leaves amost no image behind, merging instead with pure matter, while the cyanotypes remain, in principle, lightsensitive — allowing the image to slowly fade over time.
_
Where do fingers touch the air? The title invites many interpretations — just like the works of Grupping and Decruyenaere themselves. Fingers are among the most essential instruments of artists. Pointing, grasping, sensing, kneading, placing and replacing, feeling, giving and releasing.
We can stretch our fingers toward the horizon, but do we ever truly touch the air? Or do we touch nothing but the air itself? Even when our fingers reach upward, our feet remain on the ground. And what unfolds in the space between? Nothing? Or perhaps everything? A liminal space, an emptiness marked by form?
Grupping and Decruyenaere gather raw materials that others might overlook or take for granted. Each gazing in a different direction, they nonetheless seem to search in parallel: noticing the imperceptible, pointing to what cannot easily be pointed out. The fleeting and the accidental — a drifting branch or direct sunlight. The patient unfolding of a practice and a work over time. The care involved in weaving marramgrass roots or exposing an entire worktable as a cyanotype. The beauty of the fragile and the poetry of the temporary. Where fingers touch the air — or the infinitely intangible space between two artistic practices that appear to face different directions.
valerie_troost Oostende
01.05.2026 – 14.06.2026
open 1, 2, 3 mei van 2 tot 6
all the other weekends at Sat and Sun from 2 till 6 pm
Tamara Beheydt
BABS DE CRUYENAERE & LIESBET GRUPPING
WAAR VINGERS DE LUCHT RAKEN
Twee kunstenaars richten hun blik een andere kant uit en vinden elkaar toch ergens tussenin.
Babs Decruyenaere oogst materialen voor haar werk op de grond. Vaak zijn het stenen, takken of restanten van door de mens gemaakte objecten, aangespoeld aan de zee of langs de Schelde. Aandachtig vergaart ze voorwerpen. Luisterend naar wat die zelf fluisteren, voegt ze hen samen, hangt ze hen op, legt ze hen neer. De takken en stenen hebben een gelijkaardige oorsprong – door de zee of de rivier achtergelaten – en wortelen het werk in eenzelfde tastbaarheid. Van de handen van de kunstenaar naar een spanning tussen het fragiele evenwicht van de sculptuur en het bijna onbedwingbare verlangen naar aanraking van de kijker. Waar de takken een zekere lichtheid in zich dragen, vooral in de mobielen, lijken de stenen – of bouwresten – standvastiger. Maar schijn kan ook bedriegen: waar de stenen kunnen omvallen, bewegen de takken buigzaam mee in de wind.
Decruyenaere speelt voor het eerst met eigen toevoegingen van messing; het licht reflecterend, maar bewust niet zonder krassen (littekens). Het doet denken aan de Japanse Kintsugi, een techniek waarbij barsten in keramiek opgevuld worden met goud. Zo herbestemt ze ook gebroken en afgevallen takken, en weeft ze met kwetsbare helmgraswortels structuren opgeladen met emoties. Ze getuigen van het zoeken naar een plek in de wereld (Oordenloosheid is één van de titels) en een verlangen naar geborgenheid. Het idee van herstel brengt zwaarte in balans met het lichte, het zorgende, het zachte. Littekens mogen zichtbaar zijn; ze tonen troost en kracht in kwetsbaarheid.
Met blauwe verf vult ze in sommige werken voor het eerst leegtes aan. De cirkelvormige aanduiding in de ruimte tussen twee vertakkingen, bijvoorbeeld, is meer dan dat: waar er eerst niets was, is er nu wel iets. Een liminale ruimte waar de leegte aangeduid is met een vorm. Die leegte is vol van mogelijkheden en daarom de basisvoorwaarde voor vorm. Net als in de nevengeschikte stenen en de luchtig zwevende mobielen, is ook hier een speelse avontuurlijkheid voelbaar.
_
Liesbet Grupping kijkt naar boven: vanuit de fotografie werkt ze met licht als belangrijkste bron. Zoekend naar de grenzen van de fotografie brengt ze vaak de lucht of de zon zelf in beeld. In de reeks Blanca verlegt ze de verhouding tussen haar lichaam en de camera. Enerzijds zet ze haar lichaam in als statief, voor de lens die anderzijds een verlengde van het lichaam vormt en recht in de zon kijkt – wat het blote oog niet zou kunnen. Met een sluitertijd van 8 minuten en 19 seconden, precies even lang als het duurt voor het zonlicht ons op aarde bereikt, ontstaat een beeld van puur licht dat in uitvergrote vorm schilderachtig aandoet.
In nieuwe experimenten met cyanotypie laat Grupping de camera volledig achter zich en gaat ze enkel nog een rechtstreekse samenwerking aan met het (zon)licht. Op haar levensgrote werkblad laat het licht silhouetten van haar objecten verschijnen. Het grenst aan tekenen met licht – dus aan de letterlijke betekenis van fotografie. Ook de houten schappen of Zonneplanken zijn via deze methode belicht en krijgen in de tentoonstelling een artistieke en een functionele rol. Ze zijn namelijk ook drager voor andere werken, waardoor de grens tussen kunstwerk en scenografie vervalt. De zichtbare verschuiving van materialen tijdens de belichtingsperiode van de werktafel, en de inwisselbaarheid van de composities op de schappen roepen een werkproces in het atelier op; maken de handeling van de kunstenaar aanwezig: het kijken, schikken en herschikken, het afstand nemen en weer dichter komen.
Grupping onderzoekt de bouwstenen en condities van de fotografie; belicht de gebaren en handelingen eigen aan het medium vanuit nieuwe insteken. Het artistieke proces zelf is daarvan de bestemming: ze speelt met de aan- of afwezigheid van beelden. Het beeld van het licht zelf laat bijna geen beeld meer over, maar valt samen met pure materie, terwijl de cyantopieën in principe lichtgevoelig blijven en het beeld dus doorheen de tijd langzaam kanverdwijnen.
_
Waar raken vingers de lucht? De titel staat open voor veel interpretaties – net als de werken van Grupping en Decruyenaere zelf. Vingers behoren tot de belangrijkste instrumenten van kunstenaars. Wijzen, pakken, voelen, kneden, plaatsten en verplaatsen, voelen, (af)geven.
We kunnen onze vingers naar de horizon uitstrekken, maar raken we ooit echt de lucht? Of raken we niets anders dan de lucht? Zelfs wanneer onze vingers naar de lucht reiken, staan we met onze voeten op de grond. En wat speelt zich af in de ruimte daartussen? Niets? Of net alles? Een liminale ruimte, een leegte aangeduid met vorm?
Grupping en Decruyenaere vergaren grondstoffen die anderen als verwaarloosbaar ofvanzelfsprekend zien. Met elk hun blik in een andere richting, blijken ze toch parallel te zoeken; het onmerkbare op te merken, het onaanwijsbare aan te wijzen. De vluchtigheid en toevalligheid van een zwevende tak of het directe zonlicht. De geduldige ontwikkeling van een praktijk en een werk doorheen de tijd. De zorg om helmgraswortels te weven of een hele werktafel als cyanotypie te belichten. De schoonheid van het kwetsbare en de poëzie van het tijdelijke. ‘Waar vingers de lucht raken’ – of het oneindige ongrijpbare tussen twee artistieke praktijken die schijnbaar een andere richting uitkijken.
valerie_troost Oostende
01.05.2026 – 14.06.2026
open 1, 2 en 3 mei van 2 tot 6
alle andere weekends op zat en zon van 2 tot 6
























