84 | Thé van Bergen
MADE IN BELGIUM
a solo exhibition by Thé van Bergen
+ Studio DO (Dana Seachuga & Octave Vandeweghe)
ROUGE BELGE
21.02.2026 - 18.04.2026
Saturday 21.02.26 _ 2 - 7 pm opening drinks in the presence of the artists

MADE IN BELGIUM
Donner un titre à un tableau n’a rien d’anodin. On raconte qu’en Belgique, René Magritte préférait confier à ses amis le soin et la responsabilité de baptiser ses nouvelles œuvres lors de soirées joyeusement animées. Nommer une exposition entière complique encore l’exercice. Il faut un mot qui attire, qui suggère, qui amuse peut-être, sans trop en dire. Un mot capable d’habiller l’ensemble sans l’enfermer.
L’expression « Made in » apparaît à la fin du XIXe siècle, dans le cadre du Merchandise Marks Act adopté en Grande-Bretagne en 1887. Il s’agissait alors de signaler (et surtout de distinguer) les produits importés, souvent allemands, jugés concurrents et bon marché. Le destin de ces deux mots est connu : d’avertissement, ils sont devenus promesse. Ce qui devait stigmatiser s’est mué en label de qualité. L’histoire économique a parfois le sens de l’ironie.
L’histoire de l’art, elle aussi, aime les attaches géographiques. Aux vedute vénitiennes répondent les bodegones espagnols ou les marines hollandaises. L’art belge, plus jeune que celui de certains de ses voisins, n’en affirme pas moins une tonalité singulière, volontiers frondeuse, parfois surréaliste. D’Antoine Wiertz à Jef Geys, en passant par James Ensor, Félicien Rops, René Magritte et Marcel Broodthaers, s’y dessine un goût pour le décalage, l’irrévérence, la liberté d’esprit.
Né aux Pays-Bas mais ayant passé la majeure partie de sa vie en Belgique, Thé van Bergen peut dès lors revendiquer, non sans malice, cette appartenance adoptive. Estampiller ses œuvres aux couleurs du drapeau belge n’est pas seulement un clin d’œil : c’est aussi une manière d’assumer un territoire d’invention, à l’heure où certains rêvent à nouveau de frontières et d’étiquettes.
Reste le visiteur. Il cherche parfois des clés, des repères, une explication qui guiderait son regard. Mais faut-il tant de mots pour voir ? La peinture ne demande peut-être qu’un peu de disponibilité : accepter la matière, les formes, leurs apparitions et leurs effacements, sans vouloir aussitôt les traduire.
À chacun, dès lors, d’inventer ses propres mots. Tous sont recevables, même les plus inattendus, puisqu’il n’est pas exclu que le peintre lui-même découvre, dans ces échos, quelque chose qu’il ignorait encore de son travail.
Écoutez donc Thé van Bergen dans le silence de ses images. Ou, si vous le rencontrez, dans son récit enthousiaste et volubile. Car il poursuit avec une énergie intacte l’exploration d’un monde coloré et changeant où les motifs apparaissent, disparaissent et renaissent. un monde qui semble venir de partout et de nulle part à la fois.
Simon Delobel
MADE IN BELGIUM
Giving a painting a title is never a trivial matter. It is said that in Belgium, René Magritte preferred to entrust the task — and the responsibility — of naming his new works to friends during lively evening gatherings. Naming an entire exhibition makes the exercise even more complex. One needs a word that attracts, that suggests, that perhaps even amuses, without saying too much. A word capable of clothing the whole without confining it.
The expression “Made in” emerged at the end of the nineteenth century within the framework of the Merchandise Marks Act, adopted in Great Britain in 1887. Its purpose was to mark (and above all distinguish) imported goods, often German, considered cheap and competitive. The fate of those two words is well known: from warning they became promise. What was meant to stigmatize gradually turned into a mark of quality. Economic history sometimes has a sense of irony.
Art history, too, is fond of geographical attachments. Venetian vedute find their counterparts in Spanish bodegones and Dutch seascapes. Belgian art, younger than that of some of its neighbors, nevertheless asserts a distinctive tone: often rebellious, sometimes surreal. From Antoine Wiertz to Jef Geys, by way of James Ensor, Félicien Rops, René Magritteand Marcel Broodthaers, one detects a taste for displacement, irreverence, and freedom of spirit.
Born in the Netherlands but having spent most of his life in Belgium, Thé van Bergen can therefore claim this adopted belonging, not without a touch of mischief. Stamping his works in the colors of the Belgian flag is not merely a playful gesture; it is also a way of embracing a territory of invention, at a time when some once again dream of borders and labels.
And then there is the visitor. He or she sometimes looks for keys, reference points, an explanation to guide the eye. But are so many words truly necessary in order to see? Painting may ask only for a certain openness: to accept matter and form, their appearances and disappearances, without immediately trying to translate them.
From there on, it is for each person to invent their own words. All are welcome, even the most unexpected, for it is not impossible that the painter himself may discover, in these echoes, something he did not yet know about his own work.
So listen to Thé van Bergen in the silence of his images. Or, should you meet him, in his enthusiastic and voluble account. For he continues, with undiminished energy, to explore a colorful and shifting world where motifs appear, disappear, and return — a world that seems to come from everywhere and nowhere at once.
Simon Delobel
MADE IN BELGIUM
Een schilderij een titel geven is geen onschuldige aangelegenheid. In België, zo wordt verteld, liet René Magritte het bedenken van titels voor zijn nieuwe werken liever over aan zijn vrienden, tijdens vrolijk geanimeerde avonden: zij droegen zowel de zorg als de verantwoordelijkheid. Een volledige tentoonstelling benoemen maakt de oefening nog complexer. Er is een woord nodig dat aantrekt, dat suggereert, dat misschien zelfs glimlachend verleidt, zonder te veel prijs te geven. Een woord dat het geheel omhult zonder het op te sluiten.
De uitdrukking ‘Made in’ verschijnt aan het einde van de negentiende eeuw, in het kader van de Merchandise Marks Act, aangenomen in Groot-Brittannië in 1887. Oorspronkelijk diende die vermelding om ingevoerde producten - vaak Duitse - te signaleren (en vooral te onderscheiden), producten die als goedkoop en concurrerend werden beschouwd. Het lot van deze twee woorden is bekend: van waarschuwing werden zij belofte. Wat bedoeld was om te stigmatiseren, groeide uit tot een kwaliteitslabel. De economische geschiedenis heeft soms gevoel voor ironie.
Ook de kunstgeschiedenis houdt van geografische verankering. Op de Venetiaanse vedute antwoorden de Spaanse bodegones en de Hollandse zeegezichten. De Belgische kunst, jonger dan die van sommige buurlanden, heeft daarom niet minder een eigen, herkenbare toon ontwikkeld: eigenzinnig, soms tegendraads, soms uitgesproken surrealistisch. Van Antoine Wiertz tot Jef Geys, via James Ensor, Félicien Rops, René Magritte en Marcel Broodthaers tekent zich een voorkeur af voor verschuiving, ironie en geestelijke vrijheid.
Geboren in Nederland maar het grootste deel van zijn leven in België doorgebracht, kan Thé van Bergen deze gekozen verbondenheid dan ook met een knipoog opeisen. Zijn werken de stempel van de Belgische vlag meegeven is niet louter een grapje, maar ook een manier om een denkbeeldig territorium te omarmen, in een tijd waarin sommigen opnieuw dromen van grenzen en etiketten.
En dan is er de bezoeker. Die zoekt soms sleutels, houvast, een uitleg die zijn blik richting geeft. Maar zijn er zoveel woorden nodig om te zien? Misschien vraagt schilderkunst slechts een zekere ontvankelijkheid: de materie en de vormen aanvaarden, hun verschijnen en verdwijnen, zonder ze meteen te willen vertalen.
Laat ieder daarom zijn eigen woorden vinden. Alle woorden zijn welkom, zelfs de meest onverwachte, want het is niet uitgesloten dat ook de schilder zelf in die echo’s iets ontdekt wat hem voordien ontging.
Luister dus naar Thé van Bergen in de stilte van zijn beelden. Of, als u hem ontmoet, in zijn enthousiaste en welbespraakte relaas. Want met onverflauwde energie verkent hij verder een kleurrijke en veranderlijke wereld waarin motieven verschijnen, verdwijnen en opnieuw opduiken: een wereld die tegelijk van overal en nergens lijkt te komen.
Simon Delobel
